4
Leven

Oleander

Soort uit het geslacht Nerium

Wezen

De oleander (Nerium oleander) is een plant uit de maagdenpalmfamilie (Apocynaceae). Het is een rijk vertakte, bossige, 2-6 m hoge struik of boom die giftig melksap bevat in alle vegetatieve delen. De bladeren staan meestal in kransen van drie tot vier stuks; in zeldzame gevallen zijn ze tegenoverstaand. Ze zijn leerachtig, 10-22 cm lang, toegespitst en aan de basis in de steel versmallend. De middennerf is opvallend dik en de zijnerven zitten dicht op elkaar en lopen parallel. De bloemen groeien in eindstandige, veelbloemige schermen. De bloemkroon is wit tot rozerood of geel van kleur, 3–4 cm breed en opgebouwd uit een trechtervormige bloembuis en vijf scheef afgesneden, wielvormig uitgespreide, in de knop gedraaide kroonslippen. In de keel zit een bijkroon van vijf getande of ingesneden aanhangsels. De kelk is vijftallig en aan de binnenkant dicht met klierharen bezet. De meeldraden zitten boven in de kroonbuis vast, maar steken niet uit. Er bestaan cultivars met gevulde bloemen. Van sommige cultivars is de bloem welriekend. De vruchten zijn langwerpige, 8–18 cm lange, roodachtig bruine, rechtopstaande doosvruchten die bij rijpheid openklappen. De zaden dragen een lange, bruine haarkuif. De oleander komt voor in het Middellandse Zeegebied, Zuid-Portugal en van Iran tot in Oost-Azië. Hij groeit op stenige gronden, periodiek overstroomde oevers en in periodiek droge beekbeddingen. Volgens Theophrastus werd de oleander op de veldtocht van Alexander de Grote als gifplant gebruikt. Hieronymus Bock en Pietro Andrea Mattioli duidden de oleander in hun kruidboeken (1565 en 1626) aan als demonenkruid dat mens en vee kon doden. Vroeger werden aftreksels of tincturen van de bladeren als menstruatiebevorderend middel en als abortivum ingezet. De bladeren bevatten flavonoïden en een groot aantal giftige verbindingen, waaronder oleandrine en neroside. Deze glycosiden werken op het hart, maar minder sterk dan de glycosiden uit vingerhoedskruid. In India en Sri Lanka komen opzettelijke zelfvergiftigingen geregeld voor. In de geneeskunde vindt het geen toepassing. Honderd gram van de plant zou voldoende zijn om een paard te doden.

90AAN
56VER
111LP
14SNL
73AURA
Mythisch237634 / 428137

KaartenLeven

Oleander

Soort uit het geslacht Nerium

De oleander (Nerium oleander) is een plant uit de maagdenpalmfamilie (Apocynaceae). Het is een rijk vertakte, bossige, 2-6 m hoge struik of boom die giftig melksap bevat in alle vegetatieve delen. De bladeren staan meestal in kransen van drie tot vier stuks; in zeldzame gevallen zijn ze tegenoverstaand. Ze zijn leerachtig, 10-22 cm lang, toegespitst en aan de basis in de steel versmallend. De middennerf is opvallend dik en de zijnerven zitten dicht op elkaar en lopen parallel. De bloemen groeien in eindstandige, veelbloemige schermen. De bloemkroon is wit tot rozerood of geel van kleur, 3–4 cm breed en opgebouwd uit een trechtervormige bloembuis en vijf scheef afgesneden, wielvormig uitgespreide, in de knop gedraaide kroonslippen. In de keel zit een bijkroon van vijf getande of ingesneden aanhangsels. De kelk is vijftallig en aan de binnenkant dicht met klierharen bezet. De meeldraden zitten boven in de kroonbuis vast, maar steken niet uit. Er bestaan cultivars met gevulde bloemen. Van sommige cultivars is de bloem welriekend. De vruchten zijn langwerpige, 8–18 cm lange, roodachtig bruine, rechtopstaande doosvruchten die bij rijpheid openklappen. De zaden dragen een lange, bruine haarkuif. De oleander komt voor in het Middellandse Zeegebied, Zuid-Portugal en van Iran tot in Oost-Azië. Hij groeit op stenige gronden, periodiek overstroomde oevers en in periodiek droge beekbeddingen. Volgens Theophrastus werd de oleander op de veldtocht van Alexander de Grote als gifplant gebruikt. Hieronymus Bock en Pietro Andrea Mattioli duidden de oleander in hun kruidboeken (1565 en 1626) aan als demonenkruid dat mens en vee kon doden. Vroeger werden aftreksels of tincturen van de bladeren als menstruatiebevorderend middel en als abortivum ingezet. De bladeren bevatten flavonoïden en een groot aantal giftige verbindingen, waaronder oleandrine en neroside. Deze glycosiden werken op het hart, maar minder sterk dan de glycosiden uit vingerhoedskruid. In India en Sri Lanka komen opzettelijke zelfvergiftigingen geregeld voor. In de geneeskunde vindt het geen toepassing. Honderd gram van de plant zou voldoende zijn om een paard te doden.

Lees het artikel op Wikipedia

Hoe deze waarden zijn berekend

Elke waarde is afgeleid van een meting van het artikel, zonder handmatige tussenkomst. De metingen hieronder zijn van 9 september 2026.

WezenBezet een vak en valt aan.

AAN

Aanval

Lengte van het artikel

90 / 120

VER

Verdediging

Dichtheid en aantal bronnen

56 / 120

LP

Levenspunten

Leeftijd en aantal versies

334 / 400

SNL

Snelheid

Recente bewerkingen en bezoektrend

14 / 30

AURA

Aura

Taalversies en inkomende links

73 / 100

Levenspunten tellen in het gevecht voor een 3de: dit Wezen komt met 111 in het spel. Dat getal staat op de kaart — met een Aanval van maximaal 120 waren anders vijf treffers nodig.

Grootte van het artikel

54 kB

Aangehaalde bronnen

111

Secties

22

Versies

1.598

Versies in 90 dagen

9

Inkomende links

389

Taalversies

97

Weergaven in 12 maanden

262.565

Aangemaakt op

19 november 2004

Wikidata-uitspraken

185

Mythisch — 99,4e percentiel van bekendheid

Zeldzaamheid rangschikt kaarten naar de bekendheid van hun onderwerp: bezoeken, aantal talen en inkomende links. Dit niveau komt voor in 0,55 % van de kaarten uit boosters. Het zegt niets over de kracht van de kaart, die hier 649 van de 1000 bedraagt.

Leventypevoordelen

Sterk tegen

LandMacht

Zwak tegen

KosmosMythe

Het bronartikel

Deze kaart hoort bij het Wikidata-item Q155833, aanwezig in 97 Wikipedia-taalversies.

Illustratie : bestand op Wikimedia CommonsAlvesgaspar licentie CC BY 2.5. Artikeltekst onder licentie CC BY-SA 4.0.

Andere Leven-kaarten